Ze ligt te woelen. Alweer.
Het huis slaapt. Zij niet.

Soms, laat, als alles stil is —
voelt ze hoe zwaar het is.
Zwaarder dan het zou moeten zijn.

Er is een verhaal dat ouder is dan schrift.

Een koningin die alles had — en tóch ging.

I

Bij de eerste poort vraagt de wachter haar kroon.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij geeft hem.

II

Bij de tweede poort vraagt hij haar oorringen.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij geeft ze.

III

Bij de derde poort: de ketting om haar hals.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij geeft hem.

IV

Bij de vierde poort: de borstplaat.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij geeft hem.

V

Bij de vijfde poort: de armband.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij geeft hem.

VI

Bij de zesde poort: de meetstok.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij geeft hem.

VII

Bij de zevende poort: haar gewaad.

‘Waarom?’ vraagt zij.

‘Stil, Inanna. De wetten van de onderwereld kennen geen vragen.’

Zij staat naakt. Zij gaat verder.

Ereshkigal ziet haar.

Drie dagen hangt zij aan de haak.

Drie nachten.

Dan komen de kleine wezens. Zij oordelen niet. Zij zijn er alleen.

Zij staat op. Zij klimt. Bij elke poort krijgt zij terug wat zij gaf — maar zij draagt het anders.

De lijn

Vijfduizend jaar geleden zaten vrouwen in een tempel en vertelden elkaar hoe de koningin afdaalde.

Zij vertelden het niet als verhaal. Zij vertelden het als kompas.

Omdat elke vrouw ooit zou moeten zakken — naar de plek waar haar zuster woont.

Maar toen kwamen er andere goden. En de tempels vielen. De klei brak.

De vrouwen die het wisten, werden stil gemaakt.

Op alle manieren waarop een vrouw stil gemaakt kan worden.

Je weet welke manieren. Je lichaam weet het.

Maar het verhaal liet zich niet doden.

Het ging onder de grond. Het reisde door dromen.

Het sprong van grootmoeder naar kleindochter, zonder dat er woorden voor waren.

Het verstopte zich in sprookjes die te wreed bleven om gerust te stellen.

Het wachtte in handen die breiden. In monden die zachtjes zongen.

In vrouwen die wisten, zonder te weten waarom.

Het wachtte op jou.

Beluister het verhaal

Luister naar het begin.

Zet je koptelefoon op — het duurt acht minuten.

0:00

Fragment · de roep

Kaart P.1 · Inanna — zij staat weer boven aan de trap

Ken je haar?

Of ben je haar?

Dit was het begin — het verhaal gaat verder.

Inanna ging door zeven poorten en keerde anders terug. Je zet een koptelefoon op, en ik neem je mee — stap voor stap de diepte in — in je eigen tijd, in je eigen tempo.

Hé Vrouw, wie ben je dan? →